Het is vrijdagavond kwart over zeven wanneer de plafondlampen op de gang van de faculteit neurologie aanspringen. Een helder licht valt door de openstaande deur van het kantoor van professor Ivan Dwoech – expert op het gebied van bewustzijn en geheugen in gewervelden. Professor Dwoech kijkt op van zijn monitor, die tot een moment geleden als eenzame lichtbron het kantoor in schemering hulde. De expert op het gebied van bewustzijn en geheugen was dusdanig in een pas gepubliceerd artikel verdiept dat het vallen van de avond en het bijbehorende intreden van de duisternis volledig aan zijn aandacht zijn ontsnapt. Hij wrijft in zijn ogen en knipt zijn bureaulampje aan. Even later klinken er voetstappen op de gang. Na twee voorzichtige klopjes op de deurpost komt doctor Andrej Odin – expert op het gebied van zintuigelijke waarneming en de bijbehorende emotionele respons, eveneens in gewervelden – het kantoor binnenstappen.
‘Goedenavond, professor,’ zegt doctor Odin, ‘mag ik u even storen?’
‘Natuurlijk,’ antwoordt professor Dwoech, ‘gaat uw gang.’
‘Ik heb, vrees ik, een vrij complex probleem. U was toch niet met iets belangrijks bezig? In dat geval kan het wachten.’
‘Nee, maakt u zich geen zorgen; ik was het nieuwe artikel van het Neurolab van de Universiteit van Sofia aan het lezen. Goed geschreven is het wel – echt baanbrekend is het niet, als u het mij vraagt. Maar wellicht is het voor uw werk interessant. Heeft u het al bekeken?’
‘Nog niet professor. Ik ben erg druk geweest de laatste dagen. Weken, eigenlijk…’ Doctor Odin zet enkele stappen terug naar de deur en pakt de klink vast. Hij kijkt om naar de professor: ‘Vindt u het goed als ik de deur sluit?’
‘Wat u wilt – en gaat u daarna zitten alstublieft!’
Doctor Odin sluit de deur met een fijngevoeligheid die professor Dwoech gewoonlijk reserveert voor de slaapkamerdeur als hij ’s nachts moet plassen en zijn vrouw niet wil wekken. De professor leunt achterover en legt zijn handen op zijn hoofd terwijl zijn gast lijkt te twijfelen in welke van de twee identieke, aan de overzijde van Dwoechs bureau geplaatste stoelen hij dient plaats te nemen. Wanneer doctor Odin goed en wel zit – met zijn handen de beide leuningen omklemmend – knikt de professor en zegt: ‘Steekt van wal.’
Doctor Odin haalt diep adem. Wanneer hij begint te praten kijkt hij de professor niet aan, maar staart langs hem heen door het venster de duisternis in: ‘U heeft het één en ander meegekregen van mijn recente werk, niet? De experimenten met muizen, bedoel ik.’
‘Ja, ik ben op de hoogte,’ antwoordt de professor. ‘Indrukwekkend werk. Intrigerende resultaten.’
‘Dank u wel, professor,’ zegt Odin. ‘Intrigerende resultaten, zeker. Het leek mij duidelijk dat mijn vervolgonderzoek erop gericht moest zijn te achterhalen of het geobserveerde effect ook bij andere gewervelden aan te tonen is – in het bijzonder bij mensen. Het was geen probleem het experiment op te schalen, maar het was een hele uitdaging voldoende proefpersonen bereid te vinden; natuurlijk nemen de meeste aanstaande moeders het liefst geen enkel risico, zeker bij de bevalling. Niet dat het experiment gevaarlijk is, overigens. Maar al die kabels, lampjes, schermpjes; het ziet er niet aantrekkelijk uit. En het hielp natuurlijk niet dat ik geen volledige openheid over het doel van het onderzoek kon geven, snapt u?’
‘Tot dusver volg ik u volledig,’ knikt de professor, goelijk glimlachend.
‘Om een lang – en erg frustrerend – verhaal kort te maken,’ vervolgt doctor Odin, ‘ik heb elf vrouwen bereid gevonden om aan het experiment mee te werken. Ze bellen me wanneer de weeën beginnen. Mijn telefoon staat al weken geen moment uit en al mijn apparatuur ligt klaar in de kofferbak zodat ik meteen in actie kan komen wanneer ik bericht krijg.’ Doctor Odin staart professor Dwoech met grote ogen aan, alsof hij bij het aanhoren van zijn eigen verhaal pas heeft begrepen dat hij de afgelopen weken als een bezetene gewerkt heeft. ‘Acht bevallingen, waarvan één via sectio caesarea, hebben inmiddels plaatsgevonden,’ gaat hij verder. ‘De overige drie metingen zou ik nog kunnen uitvoeren – maar ik vraag me af of dat een goed idee is…’ Dan zwijgt Odin, alsof zijn gedachten zijn blijven kleven aan structureel slaapgebrek als vliegen aan een vliegenlint.
Professor Dwoech, die op vrijdagavond nog slechter tegen getreuzel kan dan gedurende de rest van de werkweek, leunt voorover. ‘Een goed idee?’ vraagt hij. ‘Wat kan er fout zijn aan het voltooien van uw experimenten? Hoe meer observaties, hoe duidelijker uw beeld wordt, niet?’
‘Jawel, professor,’ antwoordt Odin, ‘maar dat is niet waar ik mee zit. De resultaten tot dusver zijn volkomen duidelijk – duidelijker kan bijna niet. Stuk voor stuk hebben de metingen dat wat ik van tevoren mogelijk achtte ruim overtroffen. Dus, gelooft u mij alstublieft wanneer ik zeg dat de resultaten geen enkele ruimte voor twijfel laten. Het effect is vele malen sterker in mensen dan in muizen. Dus, ik kan niet anders dan concluderen, zelfs na slechts acht metingen: baby’s lijden bij hun geboorte een onvoorstelbare pijn… Honderden, misschien zelfs duizenden malen heviger dan gebroken botten of acute migraine – preciezer kan ik niet zijn omdat mijn apparatuur niet berekend is op signalen van deze orde. Het is verschri–’
‘Fascinerend!’ blaat professor Dwoech, die tijdens het betoog van doctor Odin ritmisch over zijn baard begon te strijken, zijn ogen tot steeds nauwere spleetjes kneep, en met alsmaar grotere amplitude instemmend knikte, tot hij op het hoogtepunt van zijn fascinatie onvermijdelijk ‘fascinerend’ blaten moest. ‘Fascinerend,’ zegt hij nog eens, rustiger nu, ‘ons eerste gevoel op deze wereld is een verschrikkelijke, alles verscheurende pijn. Werkelijk zeer interessant! Weet u, doctor, ik heb het gevoel dat uw vondst veel verklaart – aangaande de menselijke natuur, bedoel ik. Een dergelijke hevige pijn kan, hoewel niemand het zich later zal kunnen herinneren, een enorm vormende ervaring zijn voor een jong brein, niet?’
‘Ongetwijfeld,’ mompelt Odin, ‘ik vr–’
‘Geweldig,’ onderbreekt de professor hem, ‘dat we nog elk jaar meer leren over ons eigen wezen! Een prachtige vondst; mijn complimenten! Nu, aangezien u het niet nodig acht aanvullende experimenten uit te voeren bent u spoedig klaar voor publicatie, neem ik aan?’
‘Dat probeer ik u nu juist duidelijk te maken, professor,’ antwoordt Odin – zijn stem steviger nu, als een passagier die breder gaat staan wanneer de stadsbus een scherpe bocht nadert. ‘Ik kan mijn resultaten niet publiceren.’
De professor zag deze scherpe bocht niet aankomen. Hij opent zijn mond maar formuleert geen onderbreking; zijn gedachten hebben de afslag gemist.
Odin vervolgt: ‘Als ik het al niet over mijn hart kan verkrijgen deze acht moeders te vertellen dat hun kind bij de geboorte verschrikkelijk geleden heeft, dan is uitgesloten dat ik wereldkundig zal maken dat werkelijk iedere levende ziel een ongeëvenaarde lijdensweg heeft afgelegd om ter wereld te komen. Had ik deze experimenten maar nooit uitgevoerd… Maar na de uitslag van het muizenonderzoek moest ik wel, snapt u.’ Odin kijkt de professor smekend aan: ‘Nu is de doos van Pandora definitief geopend. Wat ben ik toch een idioot! Wat had ik dán gehoopt te vinden?’
De twee mannen zwijgen. Op de verlaten gang schakelen de plafondlampen zichzelf uit; het ronde raampje in de deur wordt donker, als om de stilte te onderstrepen.
‘U bekijkt de zaak door een te emotionele lens, als u het mij vraagt.’ Professor Dwoech schuift zijn stoel wat naar achteren en slaat zijn ene been over zijn andere. ‘Het simpelweg vergaren van kennis over het functioneren van het menselijk lichaam kan men u toch niet kwalijk nemen? Aan de vaststaande feiten van het leven heeft u immers niet gesleuteld; integendeel – wellicht kan uw onderzoek aan de basis staan van een remedie tegen deze vooralsnog onvermijdelijke pijn. Oftewel – om bij uw beeldspraak te blijven: u heeft de doos van Pandora niet geopend; u heeft met uw experimenten aangetoond dat ze altijd heeft opengestaan, en kunt nu de eerste stappen ondernemen om haar te sluiten.’
‘Ik zou niet weten welke stappen! We kunnen foetussen toch niet gaan verdoven? Een dergelijke ingreep zou ernstige risico’s met zich meebrengen. Ik dacht dat een keizersnede zou kunnen helpen, maar nee: het effect is nog net zo hevig. Mijn inschatting is dat de pijn zich voordoet bij de eerste ademteug, wanneer de longen zich ontvouwen. Is er iets onontkomelijker dan de eerste ademteug? Nee, ik ben ervan overtuigd dat uw optimisme in deze ongegrond is. Ik denk dat ik de mensheid de grootste dienst bewijs wanneer ik deze ongemakkelijke waarheid voor mezelf houd.’
Gedurende zijn uiteenzetting heeft doctor Odin de professor vurig aangekeken en zelfs even de leuningen van zijn stoel losgelaten om zijn woorden met gebaren kracht bij te zetten. Inmiddels staart hij weer langs de professor de duisternis in.
‘Wat is het precies dat u zo tegenstaat?’ vraagt professor Dwoech kalm. ‘Bent u bang jonge ouders een schuldgevoel aan te praten?’
‘Niet zomaar een schuldgevoel, professor,’ antwoordt Odin. ‘Denkt u eens aan de ethische implicaties die het zal hebben als ik de mensen te weten geef dat de meest kwaadaardige streek die men hun ongeboren kind kan leveren is om het te baren. Mensen besluiten voor minder om geen kinderen te krijgen: een te klein huis, te drukke baan, onzekere financiële toekomst, vage voorspellingen over mogelijke oorlogen en de verre gevolgen van klimaatverandering… vergeleken met de onvermijdelijke zekerheid van de afschuwelijkste marteling die de mensheid kent valt dit toch alles in het niet?’
‘Juist, ik snap uw zorgen,’ antwoordt de professor. ‘U schetst bepaald geen prettig beeld. Maar laat ik u een vraag stellen; u stelt dat ieder mens deze pijn gevoeld moet hebben? We zijn immers allemaal geboren, niet?’
‘Dat is juist,’ antwoordt doctor Odin zachtjes.
‘Dus u en ik ook, doctor?’
‘Ja, natuurlijk, wij ook.’
‘Wij hebben onmeetbaar verschrikkelijke pijnen geleden, en toch voelen we ons nu prima?’
‘Nou… prima… min of meer…’
Professor Dwoech gaat achterover zitten en vouwt zijn handen ineen. ‘Weet u, doctor, ik denk dat u uzelf en uw wetenschappelijke aspiraties tekortdoet door uw – toegegeven – wat lugubere vondst voor uzelf te houden. Desalniettemin zal ik uw keuze natuurlijk respecteren en met niemand over uw experimenten spreken, als dat is wat u wilt. Maar, ik vraag me af, als dat écht is wat u wilt, waarom zit u dan op deze vrijdagavond in mijn kantoor uw bevindingen uiteen te zetten?’
Doctor Andrej Odin kijkt betrapt naar het tapijt. Hij legt zijn handen op zijn knieën en kijkt de professor somber aan: ‘Mijn vrouw is zwanger.’
‘Ach… Andrej…’ stamelt de professor, ‘gefeliciteerd…’
‘Mijn vrouw is zwanger,’ gaat Odin verder, ‘en ik kan de gedachte niet verdragen dat ons kind een onmetelijke pijn te verduren zal krijgen en ik er niets aan zal kunnen doen. Ons kind zal schreeuwen zoals pasgeborenen sinds mensenheugenis geschreeuwd hebben, en alleen ik zal weet hebben van de verschrikkelijke pijn die aan deze schreeuw ten grondslag ligt. Het is afschuwelijk… Ik kan aan niets anders denken…’
Doctor Odin legt zijn gezicht in zijn handen. De professor voelt plotseling de tergende wens zijn dochter op te pakken en tegen zich aan te drukken. Dat zal niet gaan: zij is inmiddels drieëndertig jaar oud en woont met haar gezin aan de andere kant van de oceaan. Hij staat op, stapt om zijn bureau heen, en legt zijn hand op de schouder van doctor Odin.
‘Ik denk dat ik je kan helpen, Andrej,’ zegt de professor. ‘Al is het op een wellicht wat onorthodoxe wijze. De pijn van het kind kan ik niet verzachten, maar… recent heb ik de laatste hand gelegd aan mijn hoge-resolutie vergetelmachine. Ik heb hem zelf eenmaal gebruikt – al kan ik je niet vertellen waarvoor. Niet omdat het geheim is, maar omdat ik het ben vergeten. Daarom: ik ben ervan overtuigd dat mijn machine werkt – en min of meer veilig is bovendien. Zou je het erop willen wagen?’
Odin antwoordt zonder zijn hoofd uit zijn handen te tillen: ‘Graag, professor. Heel graag.’
3 reacties op “Pijn”
Wow, deze vind ik echt heel goed!
LikeLike
Verzonden vanaf mijn Galaxy Bedankt Stijn, voor dit fraaie wetenschappelijke verhaal
LikeLike
mooi verhaal, en ik denk dat het waar is,geboortetrauma wordt dat genoemd en iedereen heeft daarvoor een vergetelmachine
LikeLike