De Schuldpad

Wanneer mijn moeder erover begint weet ik het al dagen: het gaat niet goed met Scooter, mijn geelbuikschildpad. Hij ligt lusteloos op zijn kurken landje onder de warmtelamp, zwemt niet en raakt zijn voer niet aan. Het verbaast me dat ik geen uitbrander heb gekregen. Blijkbaar begrijpt mijn moeder nog niet dat de armoedige gezondheid van het dier mij te verwijten is.

Gevoerd heb ik ‘m wel. Netjes twee keer per week heb ik een handvol schildpaddenbrokjes in het water gestrooid en op zondag-garnalendag wat gedroogde garnaaltjes. Ja, op voedergebied heb ik aan alle protocollen voldaan. Daarentegen, op het gebied van de aquaterrariumhygiëne ben ik ernstig tekortgeschoten. Steeds langere perioden scheidden mijn steeds zeldzamere verschoningen en paradoxaal genoeg zette het bijkomende schuldgevoel mij niet tot actie aan, maar verlamde het mij, verdreef het de schildpaddenbak naar een verboden uithoek van mijn gedachten waar de warmtelamp nooit schijnt. Ik wist me er pas toe te zetten het troebele bruine water het toilet in te hevelen, de pompfilters te wassen, de bak te laten vollopen met vers lauwwarm kraanwater, als mijn moeder constateerde dat het zo écht niet langer ging.

Zo ook nu, het gaat niet langer, schildpadden horen niet lusteloos op hun kurken landje te liggen. We gaan vanmiddag naar de dierenarts. Natuurlijk moeten we naar de dierenarts, ik weet het al dagen. Als het niet is om het leven van mijn huisdier te redden dan toch bij wijze van boetetocht.

***

Enkele weken voor mijn elfde verjaardag zat ik in de achtertuin aan een raketijsje te likken op het bankje onder de blauwe regen. Tot grote spijt van mijn moeder heeft deze plant in alle jaren dat we hier wonen nooit gebloeid en dus nooit zijn naam eer aangedaan. Mijn moeder had me net gevraagd wat ik wilde hebben voor mijn naderende verjaardag en ik was naar de tuin uitgeweken om in alle rust over deze vraag na te denken. Een nieuwe schooltas of een fiets misschien? Nee, ik wist dat het niet iets moest zijn met enig nut. Nuttige zaken zou ik mijn moeder later nog gemakkelijk uit de zak kunnen kloppen zonder daartoe eerst te moeten verjaren. Daar op het bankje onder de “blauwe” regen ontsproot, als om te compenseren voor het grote gebrek aan ontspruitingen boven mijn hoofd, het verlangen een reptiel te bezitten. Een reptiel is absoluut nutteloos en dus een perfect verjaardagscadeau. De bloemloze plant ritselde instemmend.

Een paar maanden eerder overleed mijn dwergkonijn van ouderdom dan wel van eenzaamheid, gebrek aan lichaamsbeweging of verveling. Hij was haast nooit zijn houten hok in de achtertuin uit geweest doordat snel na de aanschaf bleek dat ik invaliderend allergisch ben voor dieren met haren. Ik kon het grijze konijn niet aaien of oppakken, slechts bekijken van veilige afstand. Acht lange dwergkonijnjaren heeft het dier als melaatse in zijn hok in de achtertuin doorgebracht. Toch had ik nog niet uit mijn hoofd gezet dat een huisdier mijn leven zou kunnen verrijken. Natuurlijk moest het een kaal dier zijn gezien mijn medische toestand. Maar, van de guppen die elkaar in hoog tempo opvolgden in het aquarium in het toilet had ik geleerd dat aan vissen niet veel lol te beleven is. Zo traceer ik jaren later de glad geplaveide denkwegen die een bijna-elfjarige leidden tot de wens een reptiel te bezitten. Geen haar maar geen vis.

Mijn moeder nam me mee naar Reptilia, reptielenspeciaalzaak. Niet met de overhaaste bedoeling een reptiel aan te schaffen, nee, ik werd onderwezen in het doorlopen van een gezond keuzeproces. Reptilia had geen ramen behalve in de voordeur. Toch was er aan glas geen gebrek. De muren werden bedekt door terraria, aquaria en aquaterraria vanwaaruit een legioen warmtelampen de bedompte ruimte verlichtte. Aan verdere lichtbronnen was geen behoefte en dus niet gedacht. De glazen kooien werden bewoond door allerhande reptielen – leguanen, gekko’s, slangen, schildpadden – maar ook door vogelspinnen en vissen. En er waren dieren uit de lagere orden van de voedselpiramide te koop. Krekels en dikke bromvliegen roffelden nerveus op de wanden van hun plastic verpakking. Ingevroren hamsters en kuikens lagen stijf in de vrieskist.

Een behulpzame jongeman met bleke huid en lang donker haar, in zwart Reptilia-shirt, stond mij en mijn moeder te woord. Terwijl hij uitweidde over de verschillende reptielen in de winkel keek hij ons maar weinig door zijn vierkante brillenglazen aan. Belangrijk af te wegen bij het kiezen van een reptiel bleek de bereidheid tot het aanbieden van levend voedsel. De hagedissen in de winkel aten veelal het liefst levende krekels, slangen zelfs levende muizen of kuikens. Stapels roffelende plastic bakjes smeekten me kruiperig om gratie en ik was maar al te bereid deze te verlenen. Het nerveuze vermoeden bekroop me dat het een heel slecht idee was geweest om een reptiel te wensen, omdat ik zonder het te weten horden onderkruipsels mee had gewenst. Onder invloed van deze griezelige insecten bladderde alle rooskleur van mijn jonge reptielendroom af. Ik was bereid de hele operatie af te blazen toen we tot mijn grote opluchting van de verkoper te horen kregen dat schildpadden doodeters zijn. En zo was met het afschrijven van alle krekelvreters een belangrijke stap in het keuzeproces gezet.

De keuzeruimte binnen de reptielenorde van schildpadden is groot en in twee subruimten verdeeld. De landschildpadden aan de ene kant (en op de kant), en de waterschildpadden aan de andere. De zeeschildpadden werden door de Reptilia-jongeman begrijpelijkerwijs buiten beschouwing gelaten. Landschildpadden, in alle soorten en maten, voldoen naadloos aan alle schildpadstereotypen en zijn logge slome dieren die bewegen alsof ze honderden malen groter en zwaarder zijn dan ze werkelijk zijn. Waterschildpadden, daarentegen, zijn vlugger en flitsender, althans in het water, maar kunnen zich ook over land bewegen. Reptilia bood twee soorten waterschildpadden aan. Eén van de twee, de langnekslangenhalsschildpad, met zijn nek langer dan zijn naam, vond ik niet prettig om te zien. Hoe gemakkelijk zou die absurd lange nek breken, tussen de deur of als iemand er per ongeluk op trapte? Ik werd meer gegrepen door de geelbuikschildpadjes die mijn vinger volgden vanachter het glas en er tevergeefs naar hapten, maar ook sereen en precies in het water konden hangen met enkel hun kleine neusgaatjes boven het oppervlak. Het keuzeproces was volbracht.

Ik zou nog vaak terugkeren naar Reptilia voor schildpaddenbrokjes en gedroogde garnaaltjes, maar mijn aanstaande geelbuikschildpad werd gekocht via Marktplaats.nl. Op de toch al van verwachting barstende dag van Nederlands eerste groepswedstrijd van het WK voetbal van 2006 reed ik met mijn moeder naar een parkeerterrein aan de rand van de stad om de transactie te voldoen. Daar werd een stapeltje contanten geruild voor een glazen bak met daarin een met kit vastgezet kurken landje en een geelbuikschildpad. De bak was niet gevuld met water, dus was gemakkelijk van achterbak naar achterbak te tillen. Zonder veel woorden te hebben gewisseld met de verkopende partij reden we het parkeerterrein weer af. Ik had nog niet de tijd gehad mijn nieuwe schildpad goed te bekijken, dus voor mij bestond deze tijdens de terugrit uit een hol gebonk van keratine tegen glas. Had het gebonk een naam gehad? Zo ja, dan was deze nu afgekocht en na het overhandigen van de biljetten vergeten. Vanaf nu heette het dier Scooter.

Pas toen we, thuisgekomen, de waterbak op het daarvoor klaargezette kastje in de woonkamer hadden geïnstalleerd kon ik Scooter goed bekijken. Het dier was een stuk groter dan de exemplaren die ik had gezien bij Reptilia, waarschijnlijk was hij al wat ouder. Zijn huid was zwartgroen en betekend met pastelgele lijnen, geschubd op de poten maar zijn nek en kop waren glad. Uit zijn wat hoekige kop staken twee reptielenogen die er door de dikke oogleden uitzagen als van een moeë oude man. De voorpoten waren, ondanks de lange nagels, eerder koddig dan angstaanjagend en de achterpoten droegen zwemvliezen tussen de tenen. De naamgevende gele buik was licht gevlekt en het bovenschild bestond uit bruine schildplaten waarin een flauwe rode tekening gloeide. Mijn moeder had gelezen dat dit rood wordt aangemaakt onder invloed van UV-licht en als een teken van goede gezondheid kan worden gezien.

Op tv speelde Nederland tegen Servië-Montenegro. Het vollopen van de waterbak, via de tuinslang vanuit de keuken, duurde de eerste helft. De schildpad liet zich langzaam door het water optillen, wachtend als een schip bij een sluisdeur. Met de liter groeide zijn leefgebied. Vlak voor het wateroppervlak het kurken landje bereikte dichtte mijn moeder de kraan. Mijn blik wisselde tussen het voetbal op tv en mijn nieuwe huisdier alsof ik een trage tenniswedstrijd bekeek. Het voetbal werd gewonnen en de schildpad dreef stilletjes in zijn nieuwe huis.

***

In gedachten verzonken sta ik naast de waterbak. Scooter ligt op het kurken landje. Normaal strekt hij bij het “zonnen” onder de warmtelamp zijn achterpoten uit alsof hij bij de zwemvliezen aan de waslijn is gehangen. Nu liggen zijn poten slap op het kurk. Ik voel iets wat ik graag medelijden en spijt zou noemen, maar ik vrees dat het angst en schuldgevoel moet heten. Door de jaren ben ik dit steeds minder gaan doen, staan en kijken. Als we bezoek hebben loopt onze gast vaak meteen naar de waterbak om de schildpad van dichtbij te bekijken. Dat zien ze natuurlijk niet elke dag, een schildpad. Maar ik wel. Ik loop met hen mee en druk mijn vinger tegen het glas. Het dier ziet mijn vinger aan voor voedsel en hapt er tevergeefs naar, zoals de jonge schildpadjes in Repitlia deden, en af en toe ziet hij mijn roze vingerafdruk als potentiële partner, en voert zijn paringsdans uit: de voorpoten met de ruggen tegen zijn wangen gedrukt, de lange nagels roffelend op het glas. Zonder bezoek druk ik geen vingers tegen het glas. Na een tijdje heb je het wel gezien, zo’n schildpad, zoals Scooter zijn bak ook al lang gezien moet hebben.

De waterpomp ratelt veroordelend. Ik hoef deze niet open te peuteren om te weten dat de filters volgescheten zijn. Het troebele water herinnert me aan mijn verzaakte taken. De pomp moet worden losgekoppeld en schoongemaakt. Het vuile water moet uit de bak worden geheveld en met de tuinslang worden ververst. Geen ingewikkelde procedure, en hooguit een uur werk. Maar nu is het te laat, het zou schijnheilig zijn nu het water nog te verversen, vlak voor we naar de dierenarts gaan. Kan de dierenarts aan een schildpad zien dat deze al weken in zijn eigen poep zwemt? Bij die gedachte loopt een ongemakkelijke rilling door mijn lichaam. ‘Heb je de waterbak wel goed schoongehouden, jongen?’ zal de dierenarts vragen. Ik kan niet liegen en zal dus zeggen: ‘nee, ik heb deze schildpad laten creperen in zijn eigen schijt.’ Mijn moeder zal verwijtend haar hoofd schudden.

Vroeger haalde ik Scooter nog wel eens uit zijn bak en liet hem lopen over de huiskamervloer. Hij kroop dan een tijdje verdwaasd rond, bonkend tegen de vloer zoals op de eerste dag tegen het glas in de achterbak, om zich uiteindelijk te nestelen onder de bank. Nadat hij zich eens klemvast werkte achter een verwarmingsbuis besloot ik hem niet meer uit zijn bak te tillen. Blijkbaar kan hij óf niet met vrijheid overweg, óf zijn ogen zijn niet geschikt om boven water afstanden in te schatten, dacht ik. Bovendien was het een nachtmerrie om het dier op te tillen doordat hij met zijn scherpe nagels altijd de handen krabt die hem dragen. In een steeds terugkerende droom laat ik Scooter hierdoor verrast vallen en breekt zijn schild in tweeën. Een nette breuk tussen voor- en achterpoten. De schildhelften blijken gevuld met een goedje dat lijkt op geel purschuim. Beide delen zijn nog vol leven en de voorkant spartelt zich onder de bank terwijl de achterkant blind tegen de tafelpoot beukt. Vol afschuw bekijk ik wat ik heb aangericht met mijn onvoorzichtigheid. Het smeltende purschuim wordt door de achterpoten uitgesmeerd tot een weerzinwekkend schilderij. Misselijk wordend raap ik de achterkant op – de achterpoten krabben mijn handen maar deze keer houd ik goed vast – en gooi het wriemelende halve dier terug in de waterbak. Het gele smeltvocht mengt zich met het donkerbruine water.

Ik til Scooter voorzichtig van zijn landje en zet hem in een schoenendoos. Hierbij ervaar ik geen verzet, wat mij naast verontrusting opluchting bezorgt. Men zegt dat baasjes met de jaren steeds meer op hun huisdier gaan lijken. Tijdens de autorit naar de dierenarts herken ik me hier volledig in. Ik zit voorin met de stille schoenendoos op schoot en voel me met de minuut slapper en lustelozer, trek me terug in mijn schild en praat niet tegen mijn moeder achter het stuur. Aan welke kant staat zij straks? Zal zij de rol spelen van advocaat of van aanklager? Voorlopig heb ik nog geen strafeis van haar gehoord, maar een strenge veroordeling van de dierenarts zou hier verandering in kunnen brengen. Als de strafeis een levenslang verbod op het houden van huisdieren zou zijn, dan zou ik me daar zonder protest naar schikken. Ik ben niet anders van plan.

In de wachtkamer van de dierenarts zijn de planten van plastic. Hier wordt al zo veel in leven gehouden dat men planten er niet bij hebben kan. Vandaag zijn de dierenlevens netjes op schema gered dus we hoeven niet lang te wachten en mogen op de afgesproken tijd van tien voor half vijf de spreekkamer binnen. De dierenarts is een kleine vrouw met een paardenstaart. Ze draagt bergschoenen en een sneeuwwitte doktersjas met op haar borst het logo van de praktijk, lachende hond en lachende kat. Lachen is het beste medicijn. Zelf lacht ze niet maar kijkt ze streng over haar kleine leesbril heen. In de schoenendoos, die ik iets van mijn lichaam af met twee handen vasthoud, voel ik beweging.

‘U heeft een geelbuikschildpad meegebracht zie ik’, zegt ze. Even denk ik dat ze dit heeft kunnen opmaken uit de lichte beweging van de schoenendoos, maar dan realiseer ik me dat ze het heeft afgelezen van haar computerscherm.

Mijn moeder antwoordt. ‘Dat klopt. Hij eet niet meer en deed vandaag niets behalve lusteloos op zijn landje liggen. We zijn zo snel mogelijk gekomen.’

Dit klinkt meer als advocaat dan als strafeiser, de helft van de waarheid sluw verzwegen in mijn voordeel, en misschien, realiseer ik me nu, ook in het hare als verantwoordelijke ouder. Aangemoedigd door een subtiel handgebaar van de dierenarts zet ik de schoenendoos op de onderzoekstafel en maak het deksel open. Zoals men van een dierenarts mag verwachten schrikt ze niet van wat ze aantreft: een doos vol schijt en pis en een doodzieke schildpad. Efficiënt tilt ze de schildpad uit de doos, waarna ik deze snel sluit. In stilte begint ze aan haar onderzoek. Met haar wijsvingernagel pulkt ze aan Scooters schild. De flauwe rode vlekken die het schild op de eerste dag sierden als een gezonde blos op de wangen zijn ver te zoeken. Het oppervlak laat zich openkrassen als een lot en er verschijnt een druppeltje schildpaddenbloed. Het dier stribbelt zwak tegen.

‘Dit hoort niet te gebeuren’ zegt de dierenarts. Ik schrik. Ongetwijfeld is het schild week geworden door wekenlange blootstelling aan vervuild water, als een letterlijk verzachtende omstandigheid. Mijn moeder schudt ernstig haar hoofd. ‘Eerst was het veel steviger, toch?’ zegt ze. Ik knik.

Nu zijn de slappe ledematen het onderwerp van onderzoek. De schildpad laat de dokter gelaten zijn voor- en achterpoten rekken en strekken. Het enige verzet bestaat uit een zachte zucht die ontsnapt uit de kleine neusgaten. De dokter schudt haar hoofd om zo veel slapheid.

‘Wat krijgt de schildpad te eten?’ vraagt ze.

‘Schildpaddenbrokjes en gedroogde garnaaltjes van de dierenwinkel, en af en toe wat groente tijdens het koken’, antwoordt mijn advocaat. Ik weet dat in dit antwoord “af en toe” zeer ruim opgevat moet worden.

‘Uw schildpad lijdt aan ernstige bloedarmoede. Schildpaddenvoer en garnaaltjes zijn niet voedzaam genoeg, het is beter om kattenbrokjes te voeren,’ zegt de dokter.

Met grote moeite verberg ik de verlossing die ik voel bij het horen van deze woorden. De donkere donderwolken van schuld die mijn gedachten inpakten worden in één ruk uiteengeblazen en als ik mijn mondhoeken niet stevig omlaag frons stijgen ze tot boven mijn oren. Al voor het pijnlijke onderwerp van waterbakhygiëne is aangesneden ben ik onvoorwaardelijk vrijgesproken. Het zou onredelijk zijn mij te verwijten dat ik mijn schildpad al die tijd schildpaddenvoer heb gegeven. Als schildpadden kattenvoer moeten krijgen, voor welke diersoort wordt het schildpaddenvoer dan gemaakt?

Op de terugweg rijden we vlak voor sluitingstijd langs de dierenwinkel om een zak kattenbrokjes te kopen. Na mijn vrijspraak is de rest van het consult langs me heen gegleden. Ik heb mijn best gedaan ernstig te kijken en af en toe te knikken, vooral tijdens het weinig hoopvolle eindoordeel van de arts. Opluchting is niet wat men hoort uit te stralen bij het aanhoren van een slechte prognose. We hebben een medicijn meegekregen dat we twee keer per dag in Scooters bek moeten druppelen, te beginnen vanavond. Ik til Scooter uit de doos en zet hem op zijn landje. Vermoeid legt Scooter zijn kop op het kurk. Mijn moeder roept vanuit de keuken dat het avondeten klaar is. Mensenvoer. Ik draai me om en begeef me naar de keuken. Op het kurken landje onder de warmtelamp, tussen een ongeopende medicijnfles en een zak kattenbrokjes, sterft een schildpad.


4 reacties op “De Schuldpad”

  1. Docht bij de waarheid gebleven wat persoons verwisselingen daargelaten. Beetje wrang maar onzettend geestig te boek gesteld!

    Like

Geef een reactie op Vanmaekelbergh, C.A. Reactie annuleren